Naar hoofdinhoud Naar navigatie

Veerkracht begint niet bij doorzetten, maar bij accepteren

Interview met Mandy Jansen (re-integratieadviseur bij Stigas)

Na uitval weer aan het werk gaan, vraagt om meer dan wilskracht. In haar werk begeleidt Mandy Jansen mensen die door ziekte of andere beperkingen zijn uitgevallen. Samen onderzoeken ze hoe iemand weer in beweging kan komen. Volgens Mandy begint herstel bij het accepteren van de situatie. Daarna ontstaat ruimte om te kijken naar wat nog wél kan. Kleine stappen, vertrouwen en steun uit de omgeving maken daarbij het verschil.

Wanneer vind jij iemand wendbaar en veerkrachtig?
“Voor mij begint dat bij het accepteren van de situatie. Iemand moet wat er is gebeurd en de gevoelens die daarbij horen eerst een plek kunnen geven. Uitvallen op het werk kan veel met iemand doen. Mensen kunnen zich verdrietig, schuldig, onzeker of machteloos voelen. Acceptatie betekent niet dat je de situatie leuk vindt of je erbij neerlegt. Je erkent: dit is op dit moment mijn situatie. Vanuit daar ontstaat ruimte om verder te kijken. Welke mogelijkheden zijn er nog? Wat kan ik veranderen? Welke hulp heb ik nodig? Ik vind iemand wendbaar als diegene actief meedenkt over oplossingen. Welke werkzaamheden kan ik nog wel doen? Kan ik mijn taken anders indelen? Moet er iets veranderen op mijn werkplek of moet ik zelf iets leren? Daarbij moeten de oplossingen realistisch zijn. Het gaat niet om zo snel mogelijk alles weer doen, maar om duurzaam herstel.”

Welke medewerker is jou bijgebleven?
“Ik begeleid een Poolse mevrouw die veel indruk op mij maakt. Ze is uitgevallen in haar eigen werk. Dat werk is lichamelijk zwaar en lukt door haar beperkingen nu niet. Ondanks de tegenslagen blijft ze positief. Ze kan goed relativeren en denkt actief mee over realistische oplossingen. Ze kijkt niet alleen naar wat niet meer lukt, maar vooral naar wat nog wel mogelijk is. Zo is ze op eigen initiatief Nederlands gaan leren. Dat gaat haar goed af. Door de taal beter te beheersen, vergroot ze haar kansen op ander werk en haar zelfstandigheid. Ze kan makkelijker gesprekken voeren, informatie begrijpen en zelf zaken regelen. Tegelijkertijd werkt ze aan haar mentale draagkracht. Ze accepteert haar huidige situatie, onderhoudt en vergroot haar sociale netwerk en bewaakt haar energie. Dat is voor mij veerkracht: ondanks tegenslagen blijven zoeken naar manieren om verder te komen. Wanneer zij met een lach op haar gezicht op mijn spreekuur komt, krijg ik automatisch ook een lach.”

Wat heeft iemand nodig om weer in beweging te komen?
“Het helpt als iemand problemen kan oplossen of bereid is om dit te leren. Daarbij is het belangrijk om het doel klein te maken. Veel mensen kijken vooral naar het eindpunt: volledig terugkeren in hun eigen werk. Wanneer iemand weinig energie heeft of veel klachten ervaart, kan dat doel onhaalbaar voelen. Daarom deel ik het einddoel samen met de medewerker op. Wat is een eerste kleine, realistische stap? Wat is daarvoor nodig en wie kan helpen? Voor de ene medewerker is de eerste stap weer een kop koffie drinken op het werk. Een ander begint met een uur per week een eenvoudige taak. De stap hoeft niet groot te zijn. Hij moet haalbaar zijn en vertrouwen geven.

Ik moedig mensen ook aan om stil te staan bij kleine successen. Misschien lukt het weer om naar het werk te komen, kost een activiteit minder energie of durft iemand beter een grens aan te geven. Juist zulke ervaringen laten zien dat er beweging is.”

Wat helpt iemand vooruit en wat kan herstel tegenhouden?
“Steun vanuit de thuissituatie is belangrijk. Een partner, familielid of vriend kan luisteren, meedenken en praktische hulp bieden. Tegelijkertijd moet de omgeving niet alles overnemen. De medewerker moet zelf de regie houden. Ook goedbedoelde vragen, zoals wanneer iemand weer volledig gaat werken, kunnen druk geven. Veel mensen vinden het moeilijk om hulp te vragen. Ze willen anderen niet belasten of vinden dat ze het zelf moeten oplossen. Toch helpt het om duidelijk te zeggen wat je nodig hebt. Dat kan praktische hulp zijn, maar ook begrip, rust of een luisterend oor. Een te groot einddoel kan iemand tegenhouden. Ook angst speelt soms een rol: angst om opnieuw uit te vallen, fouten te maken of collega’s teleur te stellen. Sommige mensen gaan juist te snel, omdat ze zich verantwoordelijk voelen of willen bewijzen dat ze nog meetellen. Anderen worden zo onzeker dat ze geen stap meer durven zetten. Daarom zoeken we naar een stap die uitdaagt, maar niet te zwaar is.”

Wat kan een werkgever doen om de veerkracht te versterken?
“Vertrouwen is de basis. Als er wederzijds vertrouwen is, kan een medewerker eerlijk bespreken wat wel en niet lukt. Diegene hoeft zich dan minder te bewijzen of klachten te verbergen.vVertrouwen geeft ook ruimte voor autonomie. Het helpt wanneer een medewerker kan meedenken over de invulling van het werk. Misschien kan iemand zelf taken indelen of tijdelijk op andere tijden werken. Daarnaast is het belangrijk om regelmatig met elkaar te praten. Juist korte gesprekken helpen om op tijd bij te sturen. Een werkgever kan vragen: hoe gaan deze taken? Wat kost veel energie? Wat helpt? Moeten we iets aanpassen? Kijk als werkgever niet alleen naar beperkingen, maar ook naar wat iemand nog kan en wil ontwikkelen. Misschien kan een medewerker andere werkzaamheden proberen, een vaardigheid ontwikkelen of een opleiding volgen. Blijf flexibel, want wat vandaag werkt, moet later misschien worden aangepast.”

En hoe kunnen collega’s helpen?
“Collega’s spelen een grote rol bij de terugkeer naar het werk. Veel medewerkers willen zich gezien en gehoord voelen en merken dat ze nog bij het team horen. Een collega kan vragen hoe het gaat, iemand meenemen tijdens de lunch of helpen bij een taak. Zulke kleine dingen betekenen vaak veel. Neem niet zomaar aan wat iemand prettig vindt. De ene medewerker vertelt graag hoe het gaat. Een ander wil op het werk juist niet steeds over de klachten praten. Vraag daarom wat iemand nodig heeft. Ook realistische verwachtingen zijn belangrijk. Een medewerker die re-integreert, kan vaak nog niet hetzelfde tempo of dezelfde hoeveelheid werk aan. Opmerkingen als ‘je ziet er toch goed uit’ of ‘wanneer ben je weer helemaal beter?’ kunnen druk geven. Niet alle klachten zijn zichtbaar en herstel verloopt zelden in een rechte lijn. Begrip, geduld en open communicatie helpen iemand om verbonden te blijven met het werk.”

Je liet zelf ook wendbaarheid zien in je loopbaan
“Ik ben bij Stigas begonnen als medewerker Verzuimdesk. Daar leerde ik veel over verzuim en re-integratie. Toch merkte ik dat ik meer uitdaging zocht. Vooral het rechtstreekse contact met medewerkers sprak mij aan. Ik wilde hen niet alleen telefonisch of administratief helpen, maar tijdens een traject begeleiden. Daarom maakte ik de stap naar re-integratieadviseur. Die stap lag buiten mijn comfortzone. Ik werkte nog niet lang in dit vakgebied en vroeg mij af: kan ik dit wel en ga ik het goed doen? Toch besloot ik ervoor te gaan. Achteraf ben ik daar heel blij mee. Ik heb veel geleerd en ontwikkel mij nog steeds. Om wendbaar te zijn, moet je soms uit je vertrouwde omgeving stappen. Je moet een knoop durven doorhakken, ook als je nog niet weet hoe alles zal lopen. Dat geef ik medewerkers ook graag mee. Je hoeft niet de hele route te overzien. Kijk naar de eerstvolgende haalbare stap en durf die te zetten.”

Ga naar de website van Stigas voor meer informatie over gezond en veilig werken